« afbeelding 1 van 2 »
 
donderdag 18 mei 2017

Living Lab in Huissen

Dat er in Nederland grote stappen op het gebied van duurzaamheid gezet moeten worden is intussen breed bekend. Dat onze economie meer ‘circulair’ moet worden weten ook de meeste mensen. De vraag is echter; hoe gaan we dat doen? Met die vraag gingen ruim 15 deskundigen, in de vorm van een Living Lab, aan de slag. Als inspirerende locatie werd voor het tuinbouwmuseum Mea Vota in Huissen gekozen.

Lector Toine Smits, van Van Hall Larenstein, legde haarfijn uit dat de snelheid waarmee we energie en grondstoffen verbruiken tot uitputting van de aarde zal leiden. Nu eindigen de meeste spullen op de vuilnisbelt of in een verbrandingsoven. In een circulaire economie worden veel van die afvalstoffen weer grondstoffen en opnieuw gebruikt. Om dat te bereiken moet er door ’frisse koppen’ nagedacht worden over een slimmere maatschappij, en dus ook een slimmere tuinbouw. Met die opdracht werden drie werkgroepen aan het werk gezet.

Al snel bleek dat de tuinbouw uitstekende kansen biedt om aan een circulaire economie bij te dragen. Ze weet immers in tuinbouwkassen zonnewarmte goed op te vangen en daarmee plantaardige productie te optimaliseren. Plantaardige producten staan aan de basis van een circulaire economie. Om nog dichter bij een circulaire economie te komen werden drie speerpunten genoemd: 1) duurzame energie uit eigen regio; 2) gezonde arbeid en toepassing van ICT en robotisering; 3) nieuwe producten gemaakt van hergebruikte grondstoffen en duurzaam verpakkingsmateriaal. Het opwaarderen van afvalstoffen tot nieuwe grondstoffen en producten wordt ook wel ‘up-cyclen’ genoemd.

Duidelijk werd dat er een aantal kernwoorden is om te komen tot een circulaire economie. Ten eerste vraagt het om een intensieve samenwerking tussen ondernemers, onderzoek, consumenten en overheid. Knellende regelgeving zal afgeschaft moeten worden en een stimulerend beleid van de overheid is noodzakelijk. Een beleid dat inzet op gedegen scholing en investeren in onderzoek en kennisontwikkeling. Tenslotte moet ook in een circulaire economie een gezonde bedrijfsvoering mogelijk zijn en het moet aansluiten bij wensen van consumenten.

Deze eerste bijeenkomst leverde al een aantal concrete ideeën op die om een nadere uitwerking vragen. Van Hall Larenstein heeft daarvoor studenten beschikbaar die ondernemers kunnen ondersteunen met hun circulaire ideeën. De organisatoren van deze bijeenkomst: Gemeente Lingewaard (Jan Taks), Van Hall Larenstein (Brecht Caspers) en Greenport Arnhem-Nijmegen (Radboud Vorage) gaan de resultaten van deze bijeenkomst verder uitwerken en nodigen ondernemers uit om mee te doen in dit ‘Living Lab’.


 
 
BLIJF OP DE HOOGTE VIA